Breda Nassaustad

De Grote Kerk van Breda

Halverwege de 14e eeuw gaat Jan I van Polanen, Heer van Breda, zich met de verdere uitbouw en verbouw van de kerk bemoeien. De familie Polanen zal zich door huwelijkbanden verbinden aan de familie Van Nassau.
Zowel Jan I van Polanen als Jan II van Polanen zijn in de kerk begraven en zijn in de vorm van beelden op de door hen opgerichte grafmonumenten te zien. Jan I van Polanen, overleden in 1378, ligt op zijn grafmonument, vergezeld van zijn eerste en tweede vrouw, Oeda van Hoorne en Machteld van Rotselaar. Jan II van Polanen, overleden in 1394, ligt op een sarcofaag in een nis in de muur van de kooromgang.

In 1410 wordt begonnen met de vervanging van het oude en de bouw van het nieuwe, nu nog bestaande koor. Het koperen hek ter afsluiting van het koor werd geplaatst in 1412, Aansluitend is het schip met de twee zijbeuken gebouwd, de transepten en twee kapellen aan weerszijden van het koor, de noordkapel over drie traveëen en de zuidkapel over vier traveëen. Daarna werd begonnen met de bouw van de toren, die in 1509 door graaf Hendrik III van Nassau werd voltooid. Ondertussen was men ook begonnen met de bouw van de zijkapellen, welke gereed kwamen in 1526. De kapellen ter hoogte van de toren kwamen gereed in 1547.
Verschillende monumenten herinneren aan de 15e-eeuwse regeringsperiode van de graven Engelbrecht I van Nassau, zijn zoon en opvolger Jan IV van Nassau en zijn kleinzoon Engelbrecht II van Nassau: zo ontstond het koorgestoelte in de jaren 1440-1445, waar op de 62 zitterkes of misericorden een ongekend grote variatie aan middeleeuwse onderwerpen te zien is. Van de oorspronkelijke misericorden zijn er nog 55 aanwezig.
In de noordelijke kooromgang vinden we het meer dan 8 meter hoge, laat 15e-eeuwse grafmonument van de echtparen Engelbrecht I van Nassau en Johanna van Polanen en Jan IV van Nassau en Maria van Loon. Dit kolossale monument is een duidelijke uiting van dynastiek zelfbewustzijn. In totaal sieren 32 familiewapens van voorouders van onze Koninklijke familie dit monument.

In de eerste helft van de 16e eeuw beleeft de Grote Kerk haar grootste bloei. Graaf Hendrik III van Nassau, Heer van Breda, neemt een toonaangevende rol in aan het hof van Keizer Karel V. Zijn zoon René van Chalon, Prins van Oranje en Heer van Breda, zal te jong sterven om carriere te maken. Zijn neef Prins Willem I van Oranje, aan wie René zijn bezittingen nalaat, zal daarentegen een groot stempel drukken op onze geschiedenis.
In de Grote Kerk wordt in opdracht van Hendrik III van Nassau een nieuwe kapel gebouwd, de huidige Prinsenkapel. In deze kapel hangt nog steeds het drieluik van Jan van Scorel. In de Prinsenkapel bouwt Hendrik III van Nassau tussen 1531 en 1538 een grafkelder met daarboven een prachtig albasten grafmonument voor zijn voor zijn oom en tante, graaf Engelbrecht II van Nassau en Cimburga van Baden. De gewelfschilderingen in de Prinsenkapel waren al eerder gereedgekomen, in 1533. Deze unieke gewelfschilderingen worden toegeschreven aan Thomas Vincidor de Bologna, een bouwmeester/schilder die ook betrokken was bij de (ver)bouw van het kasteel van Breda, nu Koninklijke Militaire Academie.
Samen met het prachtig bewerkte koorhek van de Prinsenkapel en de tapijtschilderingen vormen alle elementen van de Prinsenkapel een zeer bezienswaardig geheel.
Dankzij zijn rijkdom kon de Heer van Breda er een grote hofhouding op na houden. De leden van de hofhouding woonden en werkten in Breda en werden daar ook begraven. In de kooromgang vinden we diverse vroeg-renaissance grafmonumenten of epitafen die daaraan herinneren. Tegen de oostelijke scheidingsmuur van het koor vinden we het grafmonument van Frederik van Renesse. In de Franciscus-kapel hangt tegen de westelijke muur van de kerk het grafmonument van Dirk van Assendelft en Adriana van Nassau.
Het belang van deze verzameling vroeg-renaissance grafmonumenten en schilderingen is met name zo groot omdat het behoort tot het weinige dat aan renaissance-kunst van voor de beeldenstorm bewaard is gebleven.

In 1566 werden de Nederlanden geteisterd door de Beeldenstorm. De Grote Kerk van Breda bleef een grote vernieling bespaard. Dat kwam met name door de betrokkenheid die Prins Willem van Oranje bij de Grote Kerk. Prins Willem van Oranje heeft jarenlang op het kasteel van Breda (nu Koninklijke Militaire Academie) gewoond en ging in de Grote Kerk ter kerke. In de Prinsenkapel was een apart altaar waar de familie zich aan zijn kerkelijke plichten kon wijden. Van het kasteel liep een pad naar de Grote Kerk, waar via een aparte toegang de Prinsenkapel kon worden betreden. In de Prinsenkapel zijn in de grafkelder onder het grafmonument van Engelbrecht van Nassau naast René van Chalon, de eerste Prins van Oranje, ook de stoffelijke resten bijgezet van Anna van Egmond, de eerste vrouw van Prins Willem van Oranje, en hun dochtertje Maria bijgezet (hetgeen op een plaquette in de kapel wordt vermeld). Er bestaat een geschrift waarin Prins Willem van Oranje de wens heeft geuit dat hij na zijn dood in deze grafkelder, bij Anna van Egmond, zou worden bijgezet. Toen Prins Willem van Oranje in 1584 in Delft werd doodgeschoten door Balthasar Gerards was Breda bezet door de Spanjaarden en was het onmogelijk deze wens te vervullen. Ook toen de nazaten van Willem van Oranje overleden was Breda bezet door de Spanjaarden en werd de grafkelder in Delft de nieuwe rustplaats voor leden van het Koninklijk Huis.

De Grote Kerk is na 1566 meerdere malen in andere handen overgegaan. Van 1566 tot 1576 bleef de kerk in katholieke handen. Van 1577 tot 1581 kwam de kerk voor het eerst in protestantse handen om vervolgens tot 1590 weer aan de katholieke eredienst te worden gewijd. Na de krijgslist met het turfschip van Breda zou Breda in handen van Prins Maurits komen en blijven tot 1625. Tussen 1625 en 1637 zou de kerk weer aan de katholieken toebehoren, maar in 1637 kwam de kerk definitief aan de protestanten. Alles wat aan de katholieke eredienst herinnerde verdween definitief uit de kerk. Wat bleef waren de prachtige grafmonumenten, gewelfschilderingen en andere bezienswaardige interieurstukken.

Na enige grote restauraties in de 19e en 20e eeuw werd in 1995 de meest recente restauratie gestart. Deze restauratie werd in 1998 afgesloten met een feestelijke heringebruikname van het gebouw in aanwezigheid van Koningin Beatrix. Vanaf 1998 worden één voor één grafmonumenten en gewelfschilderingen gerestaureerd.

Op 4 september 2001 bezochten Prins Willem Alexander en zijn verloofde mevrouw Maximá Zorregiueta de Grote Kerk in het kader van hun bezoek aan de Provincie Brabant en gaven daarmee uitdrukking aan de verbondenheid die ons Koninklijk Huis met de Grote Kerk van Breda heeft.

Voor meer informatie en foto's van exterieur en interieur van de Grote Kerk kunt u onze site bezoeken: www.grotekerkbreda.nl