Breda Nassaustad

Engelbrecht II

In de Prinsenkapel werd het renaissance grafmonument opgericht voor Engelbert II van Nassau en zijn vrouw Cimburga van Baden. Onder het monument bevinden zich twee grafkelders. In de oudste rusten Hendrik III en zijn zoon René van Chalon, de laatste Nassau die in Breda werd begraven. In de andere bevinden zich de overblijfselen van Anna van Buren, de eerste vrouw van Willem van Oranje, en hun jong gestorven dochtertje. Engelbert en Cimburga hebben overigens niet hun laatste rustplaats onder hun eigen beeltenis gevonden. Zij liggen in de grafkelder van Engelbert I. Als Breda niet in Spaanse handen was geweest bij het overlijden van Willem van Oranje, zou hij naast zijn eerste vrouw begraven zijn, en zou de kerk van Breda de grafkerk van de Oranje-Nassaus zijn gebleven.


De Haagse schilder Johannes Bosboom (1817-1891), die gehuwd was met de schrijfster Geertruida Toussaint, specialiseerde zich in kerkinterieurs. Meerdere malen heeft hij de Grote Kerk in Breda en de Markendaalse Kerk geschilderd. Speciaal de grafmonumenten van de Nassaus trokken hem aan. Hij had contact met leden van het koninklijk huis. Het begin van de negentiend eeuw was een tijd van opkomend nationalisme. In 1842 maakte hij een reis naar onder andere Hoogstraten en Breda en in 1843 maakte hij een uitgewerkte penseeltekening in kleur van het grafmonument van Engelbrecht II van Nassau. Voor een beter effect heeft hij het monument verplaatst naar het hoogkoor. Er om heen heeft hij een aantal personen afgebeeld in zeventiende-eeuwse kledij. Naar deze tekening maakte hij verschillende kopieën en deze werd ook uitgegeven als litho.

Grafmonument voor Engelbrecht II


Naast het onaangetaste grafmonument voor Engelbrecht II van Nassau in de Prinsenkapel, bevond de enige andere kunstschat in dit deel van het kerkgebouw zich aan het begin van de twintigste eeuw in een trieste toestand. Ruim een derde van het drieluik De Vinding van het Ware Kruis was door vocht afgebladderd en onherkenbaar geworden. De eerste restauratie vond plaats in 1907. Het altaarstuk wordt toegeschreven aan het atelier van Jan van Scorel. Het grote middenpaneel verbeeldt het terugvinden van het ware kruis van Jezus Christus in Jeruzalem door keizerin Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote. Op het rechterpaneel blijkt welke van de drie aangetroffen kruizen het ware kruis is; op het linkerpaneel overwint Constantijn, onder het teken van het kruis zijn tegenstander bij Rome.

Drieluik in Grote Kerk