Jan de Bastaert
Jan de Bastaert (Leo Nierse in BN/DeStem van 16 februari 2008)
Iederéén wist het. De adellijke verwekker geneerde zich er zelden voor, dat hij zijn vertier niet enkel onder moeders rokken zocht. Aanzienlijke huwelijken werden immers niet gesloten uit liefde, maar als middel om meer titels en/of bezittingen en daarmee nóg meer aanzien en macht te verwerven. Die verworvenheden dienden dan wel binnen de familie te blijven, reden waarom bastaards niet in de erfenis deelden. Maar ze kregen wel vaders familienaam en werden aan zijn hof - zo niet al s´men met zijn wettige koters in hetzelfde gezin - opgevoed. Dat onwettig kroost kwam bepaald niet slecht terecht in de maatschappij. Eenmaal volwassen, kregen ze in de regel een eigen huis en een leuke toelage mee. Vader hielp ze aan een plezierige broodwinning en vaak zocht ie nog een goede huwelijkspartner voor ze uit ook. Dat kon allemaal - zolang de bezwangerde derde partij niet al te ónaanzienlijk was. Bevruchte volksmeisjes hadden het nakijken. Want je moest als edelman natuurlijk wel een beetje met het resultaat van je betoonde mannelijkheid voor de dag kunnen komen. De wettige eega had trouwens geen fluit te vertellen over de daden van haar heer en gebieder. Nu zijn van Engelbrecht I, de eerste Bredase Nassau, geen bastaards bekend. Maar als voormalig geestelijke begon hij ook pas rond zijn veertigste aan een wettige reeks van zes. Zijn oudste, Jan IV (1410-'75), volgde vaders voorbeeld - 0ok zes- , maar verwekte er een clandestiene telg tussendoor. Onbekommerd noemde hij 't joch, verwekt bij Aleid van Loemel, naar zichzelf. Deze officieuze Jan van Nassau stond alom bekend als Jan de Bastaert. Vond niemand gek - en 't was wel zo overzichtelijk, want papa had daarnaast ook nog een wettige zoon Jan. Beide Jannen kwamen goed terecht. Jan V werd stamvader van de tak Nassau-Vianden, Jan de Bastaert kreeg een huis aan de Steenbrugstrate (nu: Nieuwstraat 25), werd slotvoogd van Heusden en vermenigvuldigde zich aan weerszijden van de echtelijke sponde. Omdat allen in de dood gelijk zijn, werd de Bastaert net als zijn vader in de Grote Kerk begraven, waar ook hij zich een - door een mannelijk naakt gesierd - praalgraf had laten bouwen. Het libido van Engelbrecht II, oudste van Jan IV, moet aanzienlijk krachtiger geweest zijn dan zijn zaad. Want ofschoon hij in zijn Brusselse paleis eens een 50(!)-persoons ledikant ïnstalleerde, bleef hij volslagen kinderloos. Het gevolg van onthouding is dat allerminst geweest. Zijn briljante neef en erfgenaam Hendrik III 'scoorde' in drie huwelijken weliswaar slechts eenmaal officieel (René van Chalon), maar Margaretha van Schoondonck hielp hem het feitelijke aantal tot ten minste drie op te krikken. Zijn onechte dochter Elisabeth huwde pappie's raadsheer, tevens schout, Jan van Renesse en betrok met hem de eertijdse Herberghe, het oudste Nassauhuis, aan de Reigerstraat. Bastaardzoon jonker Alexis zag kans zich te laten wettigen en begon als heer van Nassau-Conroy zijn eigen familietak. In Breda woonde Alexis vanaf 1544 op de oostelijke hoek Catharinastraat-Annastraat. Van zijn wettige halfbroer René ontving hij een jaartoelage. Wordt vervolgd.









